14-11-2007
Wim
2007 Cambodja, Op reis
Geen reactie
We hebben besloten om vanuit Kep pas de bus van 12u30 terug naar Phnom Penh te nemen. Onze laatste voormiddag genieten we dus nogmaals in onze hangmat van de rust in Kep.
In Phnom Penh nemen we terug onze intrek in het Cozyna hotel. Gelukkig hebben we aan het begin van onze reis gereserveerd, want het is duidelijk al een stuk drukker dan toen we aankwamen drie weken geleden.
Het begint weer te regenen als we ’s avonds uit eten gaan; is dit om de terugkeer naar België wat minder pijnlijk te maken? 😉
We besluiten om nog eens naar Frizz te gaan; niet ver en lekkere Khmer keuken. Onze laatste fles Ankor bier (“Big bottle, two glasses”) smaakt!
13-11-2007
Wim
2007 Cambodja, Op reis
Geen reactie
Na de vermoeiende uitstap naar Bokor, nemen we de volgende morgen de bus naar Kep, aan de Golf Van Thailand. We hebben een kamer gereserveerd in Vanna Bungalows, een paradijsje in hillside Kep. Onze kamer is eigenlijk een houten bungalow met een groot terras met hangmatten, dat uitkijkt over de zee en de eilandjes in de buurt. Net na onze aankomst begint het te regenen. Dan maar optimaal genoten van onze fantastische accommodatie en met een boek in onze hangmatten gekropen.
Na de middag stopt het met regenen, dus wij op verkenning naar Kep. Eigenlijk is er niet echt een centrum daar; Kep bestaat uit de skeletten van verlaten Franse koloniale villa’s, enkele hotelletjes en restaurantjes, een wandelboulevard langs de zee, een (kort) strand, twee buitenverblijven van Koning Sihanouk, een zoetwaterzwembad en een pier voor de boten naar Rabbit Island.
Het is nog altijd redelijk warm, dus alvorens terug te keren naar ons hotel, besluiten we nog een fris pintje te gaan drinken op een terras met uitzicht op zee. Een Iers koppel dat bij ons in de pickup naar Bokor zat, komt er ook binnen: Cambodja is toch klein!!
Van in onze luie terraszetel zien we een nieuw onweer aankomen en wat later begint het weer te gieten; in een mum van tijd staat de straat blank. We delen dan maar een tuktuk met onze Ierse vrienden, terug naar het hotel. ’s Avonds genieten we van een lekkere amok (wat ons betreft één van de beste tijdens deze reis) en garnalen met verse Kampot peper in het restaurantje van het hotel.
De volgende dag zijn alle wolken verdwenen; een prachtig weertje voor onze boottrip naar Rabbit Island. Om 9u stipt komt de motodup, waarbij we deze uitstap geregeld hebben ons oppikken aan ons hotel. Rabbit Island is een eiland voor de kust, met een paradijselijk palmenstrand. Bovendien is het bekend voor de krabbenvangst. Over de lengte van het strand zijn er verschillende stalletjes die verse krab en andere lekkernijen uit de zee verkopen. Aan elk stalletje zijn er ook hangmatten en bamboeplatformen, waar je lekker kan luieren. Na een verfrissende duik in de zee, nemen we plaats aan één van de tafeltjes voor een bord overheerlijke krab, recht uit de zee (de krabben worden bewaard in bamboemanden in de zee ter hoogte van het stalletje. We hebben tijd, dus we doen er anderhalf uur over om onze drie krabben/pp op te smullen.
Tegen 16u30 vertrekt ons bootje terug naar het vasteland. ’s Avonds schitteren miljoenen sterretjes boven ons hoofd…




11-11-2007
Wim
2007 Cambodja, Op reis
Geen reactie
Via de guesthouse hebben we een dagtrip naar Bokor Hill Station geboekt: de ruïnes van een aantal gebouwen uit de tijd dat Cambodja een Franse kolonie was, bovenop een berg, midden in een natuurreservaat. De weg er naar toe is… weg! Gedurende twee uur hobbelen en schokken achterop een pick-up met houten bankjes… Bovendien heeft het ’s nacht geregend en hangen de heuvels rond Kampot in de wolken.
Maar wonder boven wonder beginnen de wolken als we boven komen te wijken; dit geeft deze plaats met ruïnes van oude gebouwen bedekt met een laagje oranje mos wel iets mysterieus. Eerst bezoeken we het oude verblijf van de koning en daarna gaat het verder naar boven waar nog een oud kerkje staat en de ruïnes van een “Grand Hotel”. Vooral dit laatste is erg indrukwekkend; je kan er door de zalen en gangen dwalen en je proberen de grandeur van weleer voor te stellen, of hoe de Rode Khmer en het Vietnamese leger hier destijds een verwoede strijd leverden van gebouw naar gebouw. Na de oorlog werd het hill station verlaten, waardoor het er bij ligt zoals nu.
Vanaf het terras van het hotel heb je een prachtig uitzicht (tussen de wolken) over de Golf Van Thailand en het plaatsje Kep. Maar vooral indrukwekkend zijn de opstijgende geluiden uit de jungle onder ons (hier zitten nog tijgers, maar die lieten zich niet horen 😉 )
Aan het hotel kregen we een lekkere lunch: een groentencurry met rijst en achteraf banaantjes.
Na het bezoek aan het hill station moeten we terug de pickups op richting de nabijgelegen watervallen. Onderweg verliest onze pickup z’n uitlaat; wat een stank! Ook de deur van het vehicle heeft zijn beste tijd gehad en moet worden dichtgehouden met een touw. Maar onze pick-up is wel de snelste: met een rotvaart vliegt hij (waar mogelijk) het hobbelpad af. Mountainbikers en moto’s die we onderweg tegenkomen toetert hij zowat van de weg af!
Om de dag af te sluiten is er nog een boottochtje voorzien op de rivier tot in Phnom Penh; jammer genoeg is het al te donker om veel te zien, behalve dan de lichtjes van honderden vuurvliegjes.
In het hotel gekomen zij we volledig geradbraakt en totaal uitgeput. We eten dan maar in de resto van het hotel, want we hebben echt geen fut meer om naar de rivier te lopen. Het restaurant zit echter vol, maar het vriendelijke personeel sleept voor ons speciaal een tafeltje naar buiten, zodat we toch ter plaatse kunnen eten, en ’t smaakte!





10-11-2007
Wim
2007 Cambodja, Op reis
Geen reactie
’s Morgens in Takeo besluiten we te gaan ontbijten in het restaurant aan het water. We dachten gisteren een omelet op de kaart gezien te hebben, wat voor ons synoniem is voor een westers ontbijt. Probleem: hetgeen wij aanduiden op de kaart als omelet, blijkt er niet te zijn, wat ons vreemd lijkt in een land waar eieren met de kilo gegeten lijken te worden… Wim probeert nog tevergeefs een kip na te doen die een ei legt, maar er is niets aan te doen. Dan maar hot tea en coffee. De koffie lukt; maar de hot tea blijkt een ice tea te zijn (welke slimmerik heeft die kaart van het Khmer naar het Engels vertaald?!?)…
Ons volgend avontuur begint na het ontbijt; vermits de bussen naar Kampot hier niet stoppen, moeten we eerst 13km met de tuktuk naar het kruispunt met de grote weg en dan met een shared taxi busje verder tot in Kampot. Zoals elders dachten wij de tuktuk voor onszelf te zullen hebben, maar blijkbaar stappen meer en meer mensen bij ons op. Aan de taxistand gekomen, hebben wij er snel één voor een goede prijs geregeld. Nu nog wachten tot het busje vol zit, zodat het kan vertrekken. En het busje wordt ook volgestouwd… met duizenden lege zakken… (onze rugzakken konden er nog net bij!) Verder nog een viertal locals en we zijn weg! Onderweg blijkt dat de deur klem zit; gelukkig zitten wij aan de kant van het raampje, dus in Kampot aangekomen, klimmen wij er dan ook langs die weg uit; waarschijnlijk een heel grappig zicht voor de aanwezige motodups.
Het ons aanbevolen guesthouse (Blissful) valt niet echt bij ons in de smaak en onze tuktuk overhaalt ons om naar the Long Villa te gaan kijken. Voor quasi dezelfde prijs hebben we hier een kamer mét warm water, een restaurantje en uiterst vriendelijk personeel. ’s Avonds gaan we eten in één van de restaurantjes langs de rivier, het ontzettend gezellige en heel lekkere Rikitikitavi, maar wel nogal prijzig!
PS: geen foto’s vandaag…
09-11-2007
Wim
2007 Cambodja, Op reis
Geen reactie
Met de bus gaat het van Kompomg Chnang naar Phnom Penh; daar hebben we geluk, want we kunnen meteen overstappen op de bus naar Takeo, die al staat te wachten: onze verovering van het zuiden van Cambodja is begonnen!
Op de bus naar Takeo zijn wij de enige Westerlingen; niet verwonderlijk want de meeste toeristen lijken Takeo links te laten liggen en rechtstreeks naar Kampot of de stranden in het zuiden te gaan. De reisverslagen leren ons dat de bushalte te ver ligt van het centrum zodat we met ons tweeën, inclusief bagage (!) één (1!) moto nemen naar het guesthouse dat aanbevolen wordt door een recent reisverslag. Eén grote troef: ze spreken Engels! Bovendien zijn ze er ontzettend vriendelijk. We krijgen de beste kamer (we zijn ook de enige gasten), die is op ’t eerste zicht OK, maar het sanitair moeten we maar niet met een vergrootglas bekijken… 😉
De dochter des huizes raadt ons aan op de markt aan een stalletje te gaan eten (ook een ervaring) en zou voor ons een boot zoeken om ons naar de pre-Ankor sites Ankor Borei en Phnom Da te brengen. Volgens onze informatie zou dit een erg mooie boottrip moeten zijn, door allemaal kanaaltjes, maar met het einde van het regenseizoen zijn alle kanaaltjes verzwolgen in één grote watervlakte. De tempels zelf zijn niet echt de moeite (dat wisten we), dus is dit bezoek eigenlijk een teleurstelling.
’s Avonds eten we in het enige restaurant van het stadje, dat prachtig gelegen is op een terras op het water; de rust en het uitzicht maken toch wel één en ander goed.


